Wim Gabriels

een blog over om het even wat

Donald R. Prothero – After The Dinosaurs: The Age Of Mammals

Ongeveer 65 miljoen jaar geleden, aan het einde van het Krijt, beleefde de aarde een massa-extinctie: zowel op het land als in zee stierven soorten bij bosjes uit. Tot de slachtoffers behoorden heel wat planktonsoorten, naast de mosasauriërs en de plesiosauriërs (grote zeereptielen), maar ook de ammonieten (een tot dan toe uiterst succesvolle groep weekdieren), heel wat landplanten, de pterosauriërs (vliegende reptielen) en natuurlijk de dinosauriërs (met uitzondering van de vogels). Terwijl de hoogdagen van de dinosauriërs en de daaropvolgende massa-extinctie geregeld op de belangstelling van het grote publiek kunnen rekenen, krijgt de era die erop volgde en tot vandaag voortduurt, nauwelijks media-aandacht.

Nochtans is deze tijd, die bekend staat als het Cenozoïcum, een uitermate boeiende en bewogen era. Bovendien is het pas in het Cenozoïcum dat het echte succesverhaal van de zoogdieren (die tot dan toe slechts een bijrol in de geologische geschiedenis bekleedden) zich afspeelt. En natuurlijk is ook onze eigen soort, de mens, een product van deze era.

Donald R. Prothero, geoloog van het California Institute of Technology, wijdde een boek aan het Cenozoïcum, namelijk After The Dinosaurs: The Age Of Mammals uit 2006. Daarmee vulde hij een leemte op, want er bestond over deze era vreemd genoeg geen recent overzichtswerk.

In het begin van het boek staat Prothero stil bij de mogelijke oorzaken en uiteraard ook gevolgen van de massa-extinctie aan het einde van het Krijt, om vervolgens in het eerste tijdvak van het Cenozoïcum te duiken: het Paleoceen. En zo krijgt elk tijdvak achtereenvolgens een hoofdstuk toebedeeld. Telkens bespreekt de auteur de klimatologische en geologische ontwikkelingen en de gevolgen voor de levende wezens die de zeeën en continenten bevolken. En er blijken in het Cenozoïcum nogal wat omwentelingen plaatsgevonden te hebben. De Atlantische Oceaan werd geleidelijk aan breder. Omstreeks 55 miljoen jaar geleden trad een plotse opstoot van broeierig warme temperaturen op, waarschijnlijk als gevolg van het vrijkomen van grote hoeveelheden methaangas die door een lichte opwarming van het oceaanwater werden vrijgesteld uit methaanhydraat in de oceaanbodem. De aarde koelde nadien geleidelijk aan weer af. Zo’n 33 miljoen jaar geleden ontstond een permanente Antarctische ijskap. Ondertussen evolueerden zoogdieren van kleine knaagdierachtige wezens tot diverse gespecialiseerde vormen zoals vleermuizen, olifantachtigen, herkauwers, carnivoren, walvisachtigen en primaten. Andere groepen zoogdieren stierven dan weer uit. Ook bij de vogels ontwikkelden zich heel wat bijzondere, soms spectaculaire vormen zoals de Phorusrhacidae of terror birds, enorme landroofvogels uit Zuid-Amerika. Het lot van deze laatste werd echter bezegeld toen Noord- en Zuid-Amerika omstreeks drie miljoen jaar geleden na langdurige isolatie opnieuw met elkaar verbonden raakten. Migratie van grote aantallen soorten tussen de twee continenten was het gevolg, evenals het verdwijnen van heel wat soorten, waaronder de terror birds. Het einde van het Cenozoïcum wordt dan weer gekenmerkt door een cyclische opeenvolging van ijstijden, waarin de ijskappen (die intussen zowel op de Zuid- als de Noordpool permanent aanwezig zijn) zich sterk uitbreiden. Deze ijstijden worden telkens afgewisseld met periodes waarin de ijskappen weer kleiner worden, de zogenaamde interglacialen. De huidige tijd, het Holoceen, is het recentste interglaciaal.

Dit alles is maar een kleine greep uit de vele omwentelingen die het Cenozoïcum kenmerken. Maar de meest dramatische gebeurtenis uit deze era ontmoeten we pas bij het einde van het boek: een nieuwe massa-extinctie. En zo is de cirkel rond: het Cenozoïcum begint en eindigt met een massale uitstervingsgolf. Maar de huidige massa-extinctie is anders dan alle vorige, want ze wordt veroorzaakt door één enkele soort, de mens. Een pijnlijke vaststelling.

After The Dinosaurs: The Age Of Mammals bevat meer dan dertig pagina’s referenties (waaronder onderzoek van de auteur zelf), en de tekst zelf (ruim driehonderd bladzijden) is voorzien van een groot aantal verduidelijkende illustraties, foto’s en grafieken. Kortom, een bijzonder goed gedocumenteerd boek van een auteur die duidelijk grondig tewerk is gegaan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: