Wim Gabriels

een blog over om het even wat

Categorie Archieven: De Nulmeridiaan

Richard Fortey – Survivors

Evolutie is een slagveld, bezaaid met slachtoffers. Een nieuw ontstane soort verdwijnt doorgaans weer even snel van het toneel als ze verschenen was; en ook de overblijvers moeten zich steeds opnieuw aanpassen aan nieuwe omstandigheden of alsnog het loodje leggen. Maar heel af en toe duiken er niettemin soorten op die gespaard blijven van de hakbijl van de evolutie, zonder uiterlijke veranderingen te ondergaan. Voor zo’n meesters in de overlevingskunst grijpt men weleens naar de ietwat misleidende term “levend fossiel”.

De Britse paleontoloog Richard Fortey boog zich over dit thema in zijn boek Survivors – The Animals and Plants that Time Has Left Behind uit 2011. Hierin maak je kennis met een hele reeks soorten waarop de tijd geen vat lijkt te hebben. Sommige ervan kwamen verscheidene massa-extincties te boven. Fortey zoekt ze op in hun huidige leefgebied, en vertelt ons telkens hun bijbehorende unieke verhaal. Elk van deze soorten heeft zijn eigen plaats in de stamboom van het leven op onze planeet, en samen verschaffen al deze verhalen ons een beter inzicht in die stamboom.

Zo is er de degenkrab (afgebeeld op de cover) waarvan hedendaagse exemplaren sterk lijken op 450 miljoen jaar oude fossielen; de longvis, die ons herinnert aan onze eigen verwantschap met vissen; de gingko-boom, die zo’n aparte plaats inneemt in de stamboom van het leven dat zijn precieze plaats daarin, ten opzichte van andere bomen, nog steeds niet duidelijk is; en ga zo maar door. Aan het einde van de rit waagt Fortey zich aan enkele beschouwingen over wat een soort eigenlijk tot zo’n overlever maakt. Hebben al de vermelde soorten iets gemeen? Of zijn het allemaal toevalstreffers, evolutionaire equivalenten van Euro Millions-winnaars? Een duidelijk antwoord is er niet, maar Fortey slaagt er toch in een tipje van de sluier op te lichten.

Richard Fortey beschikt over een zeer mooie, breedvoerige schrijfstijl met een bijzonder rijke woordenschat. Dat maakt de beschrijvingen van zijn ontmoetingen met de vele uiteenlopende soorten planten en dieren erg levendig. Het is alsof hij je persoonlijk meeneemt op de vele reizen die hij ondernam om dit boek te kunnen schrijven. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat ik Survivors met uitermate veel plezier gelezen heb.

Het klimaat verandert, nu de politiek nog

IPCC rapport WGI 2013Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, lanceerde vrijdag haar nieuwe rapport over klimaatverandering, gebaseerd op de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De conclusies zijn ondubbelzinnig: klimaatverandering is reëel, en het is zo goed als zeker dat de mens er de oorzaak van is.

Die conclusie is niet onverwacht, want ook de vorige IPCC-rapporten wezen duidelijk in die richting. Vandaag is de wetenschap echter zekerder dan ooit. Het vorige IPCC-rapport, dat dateert van 2007, deed aanvankelijk wel wat stof opwaaien in de wereldwijde pers, maar de politieke wereld ging al snel opnieuw over tot de orde van de dag. We kunnen maar hopen dat dit nieuwe rapport de wereldleiders eindelijk écht wakker schudt. Want er is geen reden om nog kostbare tijd te verliezen.

Johan Braeckman – Darwins Moordbekentenis

Dit boek stond al een hele tijd op mijn lijstje. Darwins Moordbekentenis – De Ontwikkeling van het Denken van Charles Darwin is van de hand van Johan Braeckman, professor wijsbegeerte aan de Universiteit Gent en Darwin-kenner par excellence.

Dit boek verscheen voor het eerst in 2001, lang vóór de stortvloed aan publicaties over Darwin die losbarstte in 2009 – het jaar van Darwins tweehonderdste verjaardag en de honderdvijftigste van zijn magnum opus On The Origin Of Species. Van die stortvloed aan publicaties heb ik er ook wel wat achter de kiezen, maar dat houdt me niet tegen verder te blijven grasduinen in de mateloos fascinerende wereld van Darwin en de evolutietheorie. En dit boek van Braeckman neemt hier een mooie plaats in.

Dat Braeckman geen bioloog is, maar een filosoof, zorgt meteen voor de aparte invalshoek die van dit boek een boeiende aanvulling maakt op de vele andere Darwin-gerelateerde publicaties die ik reeds onder ogen kreeg. Zoals de titel al aangeeft, schetst Braeckman in dit boek hoe het denken van de jonge Darwin zich geleidelijk ontwikkelt en welke factoren, zoals de tijdsgeest en de invloed van andere denkers, ertoe bijdragen dat hij zijn theorie van evolutie door natuurlijke selectie kan ontwikkelen. De mogelijkheid dat soorten geëvolueerd zijn, was namelijk niet Darwins oorspronkelijke uitgangspunt: de titel Darwins Moordbekentenis verwijst naar een passage uit een brief van Darwin uit 1844 aan zijn goede vriend Joseph Hooker, waarin hij schrijft dat zijn conclusie dat soorten niet onveranderlijk zijn, aanvoelt als een moordbekentenis.

Maar niet alleen de aanloop naar de publicatie van On The Origin Of Species wordt geschetst. Braeckman bespreekt ook de verstrekkende implicaties van Darwins theorie op ons wereldbeeld. De plaats van de mens in het universum, de verwantschap tussen soorten, het bestaan van een schepper: allemaal fundamentele vragen die door de evolutietheorie in een heel ander daglicht kwamen te staan.

Darwins Moordbekentenis is grondig onderbouwd, maar tegelijkertijd verrassend helder en toegankelijk geschreven. Voor wie meer te weten wil komen over Darwin en de evolutietheorie, en hoe cruciaal die theorie wel is voor ons denken en ons wereldbeeld, is dit bijzonder verdienstelijke boek van Johan Braeckman dus een uitstekend vertrekpunt.

Aanvulling (18/7/2013)
Darwins Moordbekentenis is niet meer in de handel verkrijgbaar, maar de uitgever stelt het gratis als pdf ter beschikking!
http://www.nieuwezijds.nl/Boek/9789057122965/Darwins-moordbekentenis/

Edward O. Wilson – Sociobiology

Met deze kanjer ben ik wel even zoet geweest. Sociobiology: The New Synthesis van Edward O. Wilson uit 1975 is in elk opzicht een boek van formaat. Het behoort tot de invloedrijkste boeken van de twintigste-eeuwse biologie, en de publicatie ervan zorgde destijds voor een storm van controverse. Niet vanzelfsprekend, zoveel publieke belangstelling voor een academisch werkstuk van bijna zevenhonderd pagina’s, tjokvol tabellen en referenties. Vanwaar die heisa? Daarvoor moeten we de inhoud van dit boek maar eens nader bekijken.

Het onderwerp is, u raadt het al, sociobiologie. Deze complexe en fascinerende wetenschap bestudeert het sociale gedrag van dieren. Wilson behandelt eerst de evolutionaire mechanismen die aan de basis liggen van alle mogelijke gedragsvormen. In een volgend deel komen de verschillende vormen van sociaal gedrag uitgebreid aan bod, zoals communicatie, agressie, seksueel gedrag en broedzorg. Telkens weer valt daarbij op hoe doorslaggevend de leefomgeving (zoals klimaat, beschikbaarheid van voedsel en aanwezigheid van roofdieren) is voor het gedrag van een soort. Net zoals andere eigenschappen van een soort wordt het gedrag op deze omstandigheden afgestemd door natuurlijke selectie. Het laatste deel van het boek geeft een overzicht van de sociale soorten, gaande van koloniale micro-organismen, over sociale insecten zoals bijen en mieren tot de gewervelden zoals vogels en zoogdieren, waaronder primaten zoals de mens.

Over elk van deze facetten van de sociobiologie geeft Wilson een systematisch overzicht van de bestaande kennis, becommentarieert ze en wijst op leemtes en discussiepunten. Het resultaat is een indrukwekkende synthese, die deze in 1975 nog vrij jonge wetenschap meteen een standaardwerk bezorgde dat bijna vier decennia later nog steeds gezaghebbend is.

De controverse die het boek destijds veroorzaakte was te wijten aan het laatste hoofdstuk. Daarin worden de inzichten uit de rest van het boek toegepast op de mens. Die denkoefening werd niet door iedereen op prijs gesteld. Wilson werd door heel wat academici, onder wie ook andere biologen, verguisd en zelfs (onterecht) van racisme beschuldigd. Tegenwoordig is de kritiek van toen reeds lang verstomd en wordt dit boek algemeen beschouwd als een mijlpaal voor de sociobiologie, en zelfs voor de biologie in het algemeen.

De uitgave die ik las is de 25th Anniversary Edition, een ongewijzigde herdruk uit 2000. Ik heb er mijn tijd voor genomen. Sociobiology: The New Synthesis is dan ook een boek waar je best even voor gaat zitten. Maar als je, zoals ik, meestal op de trein leest, dan heb je met dit volumineuze boek wel aardig wat extra gewicht mee te nemen!

Oppervlaktewaterkwaliteit in Vlaanderen: de jaarlijkse bevindingen van de VMM

Hoe is het gesteld met de kwaliteit van het oppervlaktewater in Vlaanderen? De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) brengt met haar meetnetten de toestand van de oppervlaktewateren en de bronnen van waterverontreiniging in kaart. Jaarlijks publiceert de VMM haar bevindingen op basis van de metingen van het afgelopen jaar. Deze week verscheen het Jaarrapport Water 2011.

De VMM concludeert dat de waterkwaliteit in Vlaanderen een stuk beter is dan enkele decennia geleden, en dit dankzij investeringen in waterzuivering en de inspanningen van landbouw en bedrijven. De laatste jaren verloopt deze verbetering echter veel minder snel. Het bereiken van de doelstellingen van de Europese kaderrichtlijn Water, die niet alleen rekening houdt met de fysische en chemische kwaliteit van het water, maar ook met de aanwezige fauna en flora, is volgens de VMM nog veraf.

Het jaarrapport van de VMM verschijnt niet in gedrukte vorm, maar in webformaat. Via de link kan je de algemene conclusies lezen en tevens de meetresultaten bekijken voor de verschillende aspecten van de waterkwaliteit en de bronnen van verontreiniging.

Niet vergeten: Earth Hour 2012!

Met Earth Hour, een initiatief van WWF, wordt jaarlijks wereldwijd aandacht gevraagd voor de gevolgen van de massale verbranding van fossiele brandstoffen op ons klimaat.

Met een heel eenvoudig gebaar, namelijk het uitschakelen van alle kunstlicht voor een uurtje, kunnen we allemaal samen duidelijk maken dat het zo niet verder kan. Onze beleidsmakers moeten een krachtig signaal krijgen dat de omschakeling naar een duurzame, koolstofarme economie niet morgen, maar vandaag nog moet worden ingezet. Dus: vandaag, zaterdag 31 maart 2012, schakelen we om 20u30 massaal het licht uit! Afgesproken?

Onze sneeuwtriceratops krijgt postuum navolging

Vorige winter maakte ik bij ons op het koertje een sneeuw-Triceratops. Zo zag hij eruit:

Het brave dier is kort daarna natuurlijk gesmolten, maar niet voordat ik het een plaatsje had gegeven op deze blog. Het kreeg ook een vermelding op Dinosaur Tracking, een blog over dinosauriërs op de website van het Smithsonian magazine.

Dat zou het einde van het verhaal zijn geweest, maar…

Deep, een blogger uit San Francisco die op zoek was naar een geschikte figuur om een sculptuur met vetplantjes te bouwen, zag de foto op Dinosaur Tracking. Het inspireerde hem om een sculptuur te maken in de vorm van een Triceratops. Het project werd uitgevoerd, en het resultaat kreeg de naam Trixie. Zo ziet Trixie eruit:

Het hele verhaal kan je lezen op Deep Trouble, de blog van Deep. Het was dankzij een nieuw berichtje op Dinosaur Tracking dat ik toevallig het verhaal van Trixie ontdekte. En zo leeft mijn sneeuwcreatie een heel klein beetje voort, in het verre San Francisco!

Aalscholvers in de Stropkaai

Je zal maar een aalscholver zijn dezer dagen. De vissen waar je zo verzot op bent, zitten onder water, beschermd door een laag ijs. Gelukkig niet overal. Hier in de Stropkaai vertoont de Schelde wel wat gaten. De aalscholvers troepen hier dus gretig samen. Een mooie buitenkans om deze imposante vogels van dichtbij te zien!

Aalscholvers (Phalacrocorax carbo)

…en ook nog een waterhoen (Gallinula chloropus).

Lynn Margulis overleden

Deze week, op dinsdag 22 november 2011 om precies te zijn, is de Amerikaanse biologe Lynn Margulis overleden (foto: Wikimedia Commons). Ze is vooral bekend omwille van de endosymbiose-theorie.

Met endosymbiose wordt bedoeld dat bepaalde onderdelen van de cellen van eukaryoten (complexe organismen zoals planten en dieren) ontstaan zijn uit andere, vrijlevende eencellige organismen. Door een zeer nauwe onderlinge biochemische samenwerking tussen twee eencellige soorten zijn de cellen van de ene soort geleidelijk geëvolueerd tot kleine structuren die binnen de cellen van de andere soort leven. Ze hebben nog steeds hun eigen genetisch materiaal en vermenigvuldigen zich, maar blijven binnen de andere cel. Beide soorten zijn zozeer onderling afhankelijk geworden, dat ze niet meer zonder elkaar kunnen overleven en samen ook als één enkele soort beschouwd worden. Van de op die manier ontstane complexe organismen (eukaryoten) zouden sommigen later verder evolueren naar nog complexere, meercellige organismen zoals planten en dieren. Endosymbiose is aldus een cruciale stap in de evolutionaire geschiedenis. Deze celonderdelen kennen we vandaag als mitochondriën. Ze bevinden zich binnenin onze lichaamscellen en zijn onmisbaar voor onze energiehuishouding. Planten hebben naast mitochondriën ook chloroplasten, die op een gelijkaardige manier zijn ontstaan en verantwoordelijk zijn voor de fotosynthese van de plant.

Reeds in de negentiende eeuw hadden een aantal biologen met het idee gespeeld dat sommige celonderdelen ontstaan zouden kunnen zijn door symbiotische vereniging van verschillende soorten. Maar het was Lynn Margulis die het idee in de jaren 1960 nieuw leven inblies en het onderbouwde met microscopisch bewijsmateriaal. Aanvankelijk werd het weinig ernstig genomen, maar Margulis bleef haar theorie verdedigen en geleidelijk aan groeide de steun ervoor. In de jaren 1980 toonde genetisch onderzoek definitief haar gelijk aan: het DNA van mitochondriën en chloroplasten bleek te verschillen van het DNA van de celkernen, maar toonde wel overeenkomsten met dat van bepaalde primitieve eencelligen: verre verwanten, blijkbaar.

Margulis trad graag buiten de traditionele denkkaders en verdedigde naast de endosymbiose-theorie nog verscheidene controversiële ideeën. Sommige daarvan waren bijzonder buitenissig en kenden dan ook weinig succes. Maar dat doet geen afbreuk aan haar verdienste voor de endosymbiose-theorie, die vandaag algemeen aanvaard is.

Tussen 1957 en 1963 was ze gehuwd met de in 1996 overleden astronoom Carl Sagan, die na hun scheiding eveneens een beroemdheid geworden is. Margulis ontving heel wat prestigieuze wetenschappelijke onderscheidingen, waaronder de Darwin–Wallace Medal van de Linnean Society of London. Haar naam zal wel altijd verbonden blijven met endosymbiose, één van de belangrijkste nieuwe inzichten in de evolutionaire biologie van de twintigste eeuw.

Ward & Brownlee – Rare Earth

Als wij, aardbewoners, met onze geavanceerde technologie naar de andere planeten van ons zonnestelsel kijken, kijkt er van op geen enkele van deze planeten, of hun satellieten, iemand naar ons terug. Tja, op Neptunus is het wat frisjes en Venus is dan weer veel te warm. Maar op een heldere nacht zijn er onnoemelijk veel sterren aan de hemel zichtbaar. Zou het niet wat chauvinistisch zijn om te denken dat enkel ons zonnestelsel een door complexe levensvormen bewoonde planeet bezit?

Twee experts uit erg verschillende vakgebieden bogen zich samen over deze vraag. Peter D. Ward is geoloog en paleontoloog, en Donald Brownlee is astronoom, beiden zijn professor aan de Universiteit van Washington in Seattle (Verenigde Staten). Het resultaat van deze samenwerking was het in 2000 verschenen boek Rare Earth: Why Complex Life Is Uncommon In The Universe. Zij stellen dat de meest eenvoudige levensvormen (zoals de bacteriën op Aarde) wellicht op heel wat planeten in het universum voorkomen, maar dat complexe meercellige levensvormen (zoals de dieren op onze planeet) pas onder zeer uitzonderlijke omstandigheden kunnen ontstaan en dus bijzonder zeldzaam zijn, mogelijk uniek in ons Melkwegstelsel.

We weten dat reeds relatief kort na het ontstaan van de Aarde (zo’n vijfhonderd miljoen jaar) het eerste leven er verschenen is. Bacterieel leven komt op Aarde in de meest extreme omstandigheden voor, omstandigheden waar geen dieren of planten kunnen overleven. Planeten die onherbergzaam zijn voor complex leven, zijn dat dus niet noodzakelijk voor eenvoudige bacterie-achtige wezens. We kunnen dus vermoeden dat dergelijke levensvormen ook op andere planeten te vinden zijn, misschien zelfs verrassend vaak.

Maar complexe wezens zoals dieren, laat staan intelligente soorten die potentieel in staat zijn tot interplanetaire communicatie, zijn een heel ander verhaal. Je hoort weleens beweren dat het volstaat om een planeet te vinden waar vloeibaar water is, maar Ward en Brownlee leggen uit waarom het zo simpel niet is. Vooreerst moet de chemische samenstelling van een planeet aan heel wat voorwaarden voldoen. Niet alleen water, maar ook heel wat andere chemische componenten zijn onontbeerlijk, en zeker niet op elke planeet in voldoende mate aanwezig. Bovendien moeten de temperaturen stabiel blijven voor lange tijd – lang genoeg om de evolutie haar gang te laten gaan. Verder maakt een teveel aan ioniserende straling (zoals gammastraling) grote delen van de Melkweg onbewoonbaar. De Aarde bevindt zich in dat opzicht op een “veilige” plek. Maar ook hier zijn er gevaren die ons vanuit het heelal bedreigen: we worden gebombardeerd door asteroïden en kometen, die af en toe een ware massa-extinctie bewerkstelligen, zoals toen zo’n 65 miljoen jaar geleden een einde kwam aan de heerschappij der dinosauriërs. Maar dankzij de sterke gravitaire invloed van een reuzenplaneet als Jupiter bereikt slechts een fractie van deze gevaarlijke projectielen de Aarde. De Maan zorgt er door haar grote formaat in verhouding tot de Aarde voor dat de oriëntatie van de rotatie-as van de Aarde stabiel blijft, zodat de seizoenale verschillen in beide hemisferen min of meer constant blijven. De satellieten van de meeste andere planeten zijn verhoudingsgewijs veel kleiner, waardoor een dergelijk effect er ontbreekt. En door het stabiliserend effect van platentektoniek op het klimaat mogen we van geluk spreken dat de Aarde dit zeldzame fenomeen kent. Het zijn maar enkele van de factoren die aantonen dat de geschiedenis van de Aarde een wel erg uitzonderlijke samenloop van omstandigheden geweest is.

Aan sommige details kun je merken dat dit boek al enige jaren oud is (tiens, Pluto is een planeet!). Maar de argumentatie van Ward en Brownlee in dit erg verdienstelijke en vaak geciteerde boek blijft onaangetast: onze Aarde is een bijzondere, misschien wel unieke planeet. We kunnen er maar beter zorg voor dragen.