Wim Gabriels

een blog over om het even wat

Tag archief: Edward O. Wilson

Edward O. Wilson – Sociobiology

Met deze kanjer ben ik wel even zoet geweest. Sociobiology: The New Synthesis van Edward O. Wilson uit 1975 is in elk opzicht een boek van formaat. Het behoort tot de invloedrijkste boeken van de twintigste-eeuwse biologie, en de publicatie ervan zorgde destijds voor een storm van controverse. Niet vanzelfsprekend, zoveel publieke belangstelling voor een academisch werkstuk van bijna zevenhonderd pagina’s, tjokvol tabellen en referenties. Vanwaar die heisa? Daarvoor moeten we de inhoud van dit boek maar eens nader bekijken.

Het onderwerp is, u raadt het al, sociobiologie. Deze complexe en fascinerende wetenschap bestudeert het sociale gedrag van dieren. Wilson behandelt eerst de evolutionaire mechanismen die aan de basis liggen van alle mogelijke gedragsvormen. In een volgend deel komen de verschillende vormen van sociaal gedrag uitgebreid aan bod, zoals communicatie, agressie, seksueel gedrag en broedzorg. Telkens weer valt daarbij op hoe doorslaggevend de leefomgeving (zoals klimaat, beschikbaarheid van voedsel en aanwezigheid van roofdieren) is voor het gedrag van een soort. Net zoals andere eigenschappen van een soort wordt het gedrag op deze omstandigheden afgestemd door natuurlijke selectie. Het laatste deel van het boek geeft een overzicht van de sociale soorten, gaande van koloniale micro-organismen, over sociale insecten zoals bijen en mieren tot de gewervelden zoals vogels en zoogdieren, waaronder primaten zoals de mens.

Over elk van deze facetten van de sociobiologie geeft Wilson een systematisch overzicht van de bestaande kennis, becommentarieert ze en wijst op leemtes en discussiepunten. Het resultaat is een indrukwekkende synthese, die deze in 1975 nog vrij jonge wetenschap meteen een standaardwerk bezorgde dat bijna vier decennia later nog steeds gezaghebbend is.

De controverse die het boek destijds veroorzaakte was te wijten aan het laatste hoofdstuk. Daarin worden de inzichten uit de rest van het boek toegepast op de mens. Die denkoefening werd niet door iedereen op prijs gesteld. Wilson werd door heel wat academici, onder wie ook andere biologen, verguisd en zelfs (onterecht) van racisme beschuldigd. Tegenwoordig is de kritiek van toen reeds lang verstomd en wordt dit boek algemeen beschouwd als een mijlpaal voor de sociobiologie, en zelfs voor de biologie in het algemeen.

De uitgave die ik las is de 25th Anniversary Edition, een ongewijzigde herdruk uit 2000. Ik heb er mijn tijd voor genomen. Sociobiology: The New Synthesis is dan ook een boek waar je best even voor gaat zitten. Maar als je, zoals ik, meestal op de trein leest, dan heb je met dit volumineuze boek wel aardig wat extra gewicht mee te nemen!

Advertenties

Edward O. Wilson – The Diversity Of Life

Het eerste boek dat ik las in dit Internationaal Jaar van de Biodiversiteit was The Diversity Of Life van Edward O. Wilson. Deze Harvard-professor is entomoloog en een wereldautoriteit op het gebied van ecologie en biodiversiteit. Als de term biodiversiteit wat abstract voor je klinkt, dan is dit boek een echte aanrader, want er zijn maar weinig schrijvers die erin slagen om dit begrip zo helder en inzichtelijk te duiden als Edward O. Wilson.

Het boek dateert van 1992 (het jaar van het Biodiversiteitsverdrag van Rio) maar ik las een heruitgave uit 1999 die een nieuw voorwoord van de auteur bevat waarin hij nieuwe ontwikkelingen sinds 1992 bespreekt. Dat we intussen alweer ruim tien jaar verder zijn, is niet echt een bezwaar, want Wilsons betoog is vandaag actueler dan ooit.

Wilson begint zijn relaas midden in het Amazonewoud, het ideale decor voor een krachtige evocatie van de schijnbaar onuitputtelijke diversiteit aan levensvormen die onze planeet na enkele miljarden jaren evolutie heeft voortgebracht. Daarna voert hij ons mee naar Krakatou, een Indonesisch eilandje waar in 1883 een verwoestende vulkaanuitbarsting het einde maakte aan al het plaatselijke leven. Geleidelijk aan raakte het daarna opnieuw gekoloniseerd door planten en dieren vanuit naburige eilanden zoals Java en Sumatra.

Is uitsterven dan niet erg, als het leven blijkbaar uiteindelijk toch terugkeert? Niet als er soorten verdwijnen die nergens anders voorkomen (Krakatou was vermoedelijk te klein om endemische soorten te herbergen) of als het wereldwijd gebeurt. In het verleden heeft onze planeet vijf verwoestende uitstervingsgolven gekend, waarbij telkens een groot aandeel van de soorten op aarde zijn verdwenen (de recentste vond 65 miljoen jaar geleden plaats). Telkens duurde het daarna tientallen miljoenen jaren voordat de diversiteit aan levensvormen op aarde zich door evolutie opnieuw herstelde.

Wilson verklaart verder hoe deze verscheidenheid zich heeft kunnen ontwikkelen en welke principes daarbij een rol spelen. Wat is een soort eigenlijk, en hoe evolueert een soort tot andere soorten? En hoe ontstaan de vele complexe interacties binnen ecosystemen? Hoe komt het dat de soortenrijkdom niet overal even groot is? En wat kunnen de gevolgen zijn wanneer er een soort uit een leefgebied verdwijnt, of erger, wanneer een gans leefgebied verdwijnt? Vragen die erg relevant zijn, want zoals uit cijfers blijkt, zitten we momenteel midden in de zesde grote uitstervingsgolf op onze planeet.

Dat het tij dringend gekeerd moet worden, klinkt als een vanzelfsprekendheid. Maar Wilson voert hiervoor ook objectieve argumenten aan. Als we verzuimen om dit te doen, verliezen we niet alleen een onmetelijke schat aan genetische informatie die tot waardevolle nieuwe gewassen en medische toepassingen kunnen leiden, maar daarnaast riskeren we niet te overziene economische schade. Landen die hun natuurlijke rijkdommen beschermen, halen daar meer economisch voordeel uit dan landen die hun oerbossen rooien om het hout te verkopen. Zo kunnen oerbossen die op oordeelkundige wijze ontgonnen worden (verkoop van fruit en andere bruikbare producten) op enkele jaren tijd al meer opbrengen dan de totale verkoopwaarde van het hout wanneer eenzelfde oppervlakte aan oerbos gerooid wordt. Wilson besluit dan ook dat het beschermen van biodiversiteit niet minder dan een morele plicht is, en dat dit evenzeer opgaat wanneer enkel in het belang van de mens wordt gedacht als wanneer intrinsieke rechten worden toegeschreven aan andere soorten.

The Diversity Of Life is aanbevolen lectuur voor iedereen die de rijkdom van het leven op aarde beter wil begrijpen. Er bestaat ook een Nederlandse vertaling, getiteld Het Veelvormige Leven.

Eerder las ik van Wilson ook al The Future Of Life uit 2002, waarin hij verder ingaat op de vraag waar het naartoe gaat met die zesde grote uitstervingsgolf.

Ruse & Travis – Evolution: The First Four Billion Years

Hoe kom je deze koude, donkere dagen het beste door? Met een goed boek, natuurlijk. Of, beter nog: met een dík goed boek. Dit hier bijvoorbeeld: Evolution: The First Four Billion Years, samengesteld door Michael Ruse en Joseph Travis, één van de vele publicaties die in 2009 zijn verschenen naar aanleiding van het Darwinjaar. Ik geef toe dat ik het ongeveer blindelings heb gekocht. Het is een brede synthese van de bestaande kennis rond evolutie, heeft een tot de verbeelding sprekende cover én titel, en het voorwoord is van de hand van niemand minder dan Edward O. Wilson, en dat kan tellen als kwaliteitslabel. Kortom, dit moest ik gewoon hebben!

Michael Ruse is professor in de filosofie aan de Florida State University en gespecialiseerd in de filosofie van de biologie. Joseph Travis is bioloog en professor aan dezelfde universiteit. Ze stelden dit boek niet alleen samen maar schreven ook een groot aantal van de bijdragen. In totaal bevat het boek bijdragen van meer dan 100 verschillende wetenschappers, waaronder heel wat zwaargewichten zoals Francisco J. Ayala, David Sloan Wilson, Daniel Simberloff en Lynn Margulis.

Het boek is bedoeld voor een breder publiek, al zijn een aantal hoofdstukken misschien wat technisch voor een eerste kennismaking met het onderwerp. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat een tiental langere essays die een globaal overzicht geven van alle belangrijke facetten van evolutie, zoals de oorsprong van het leven, adaptatie, soortvorming, moleculaire evolutie en de evolutie van de mens. In het tweede deel worden een tweehonderdtal belangrijke termen en personen uit de evolutiebiologie behandeld in een bijdrage van telkens één of enkele pagina’s. Dat tweede deel kan je ook als een soort naslagwerk beschouwen, maar niets belet een absolute freak zoals ik om het boek van kaft tot kaft te verslinden. Zowat alle mogelijke wetenschappelijke, maar ook filosofische, historische en maatschappelijke aspecten van evolutie komen aan bod. De auteurs streefden blijkbaar naar volledigheid. Een streven waarin ze, hoe kan het ook anders, gefaald zijn (gelukkig maar, anders viel er voor mij nu niets meer te lezen over dit thema), maar niettemin is dit boek een erg geslaagd en breed overzichtswerk, dat laat zien hoe dit fascinerende onderzoeksdomein zelf geëvolueerd is en nog voortdurend nieuwe inzichten oplevert, 150 jaar na het verschijnen van On The Origin Of Species.

En dat alles in een fraai vormgegeven boek van meer dan negenhonderd pagina’s, dat noem ik nog eens waar voor je geld!

Edward O. Wilson – The Future of Life

Edward O. Wilson - The Future Of LifeEdward Osborne Wilson is zonder twijfel één van de invloedrijkste hedendaagse ecologen. Deze Harvard-professor ontwikkelde samen met Robert MacArthur de theorie van de eilandbiogeografie, nog steeds één van de belangrijkste theorieën rond biodiversiteit. Zijn onderzoek bij sociale insecten, zoals mieren, maakte hem tot de grondlegger van de sociobiologie, de wetenschap die sociaal gedrag van dieren verklaart aan de hand van evolutionaire mechanismen. Daarnaast is hij de geestelijke vader van de ambitieuze Encyclopedia of Life, een website die tot doel heeft om systematisch informatie te verzamelen over alle soorten op aarde. Hij won talloze internationale onderscheidingen, en schreef ook heel wat boeken voor een breder publiek.

Kortom, wie in ecologie geïnteresseerd is, stuit vroeg of laat op de naam Edward O. Wilson. En zo kwam het dat ik onlangs van deze man The Future of Life, uit 2002, ter hand nam. In dit boek buigt Wilson zich over de vraag waar het heengaat met het leven op aarde. Hij weidt uit over de onvoorstelbare rijkdom aan soorten die de wereld bevolken en de snelheid waarmee door menselijk toedoen soorten en leefgebieden gedecimeerd worden. Wilson onderscheidt vijf factoren die bijdragen aan het verdwijnen van soorten door menselijk toedoen. Ze kunnen samengevat worden met het acroniem HIPPO:

  • H – Habitat destruction: het vernietigen van het leefgebied van soorten
  • I – Invasive species: door de mens ingevoerde vreemde soorten die lokale soorten verdringen
  • P – Pollution: verontreiniging van leefgebied die de overlevingskansen verkleinen
  • P – Population: de toenemende menselijke bevolking, die de vier andere factoren in de hand werkt
  • O – Overharvesting: het overmatig bejagen, bevissen en oogsten van soorten
  • Al deze factoren samen zorgen voor een enorme druk op onze planeet, waardoor soorten aan een duizelingwekkend tempo verdwijnen. Wilson besluit dat tegen het einde van deze eeuw de aarde een aanzienlijk verarmde plek zal zijn. We gaan met andere woorden door een bottleneck, een kritische fase naar een nieuwe evenwichtstoestand, waarbij het dus van het grootste belang is de schade te beperken, want ze zal onomkeerbaar zijn.

    De vraag of deze biologische rijkdom het waard is om beschermd te worden, beantwoordt Wilson ondubbelzinnig. Hij voert tal van redenen aan waarom de mensheid met het decimeren van deze rijkdom eigenlijk vooral in haar eigen voet schiet. Dat er dringend iets ondernomen moet worden om het hierboven geschetste doembeeld af te zwakken, staat dus buiten kijf. Toch is Wilson niet helemaal pessimistisch. Hij argumenteert dat milieubeleid helemaal niet tegengesteld hoeft te zijn aan economische belangen. Integendeel, een duurzaam beleid is op lange termijn meer lonend dan het eenvoudig opsouperen van natuurlijke hulpbronnen. Wilson eindigt dit boek dan ook met de overtuiging dat de mens uiteindelijk de juiste keuzes zal maken om de nog resterende biodiversiteit te beschermen.

    Het boek is ook in het Nederlands verschenen, onder de titel De toekomst van het leven.